“Commissie Regulering van werk moet verder kijken dan wet- en regelgeving.”


Fabian Dekker deelt zijn visie op de arbeidsmarkt van nu



Meer weten?

Kijk voor meer informatie op https://www.fabiandekker.nl/



Passen de regels die gelden rondom het verrichten van werk nog bij de manier waarop we werken, nu en in de toekomst? Een terechte vraag waarnaar de Commissie Regulering van werk, onder leiding van Hans Borstlap, momenteel onderzoek doet. Dit doet zij niet alleen; aan de oproep van de commissie om een position paper in te sturen, wordt ruimschoots gehoor gegeven. Wij vroegen arbeidssocioloog Fabian Dekker naar zijn position en wat er volgens hem moet gebeuren.

Fabian, bij de bekendmaking van de Commissie Regulering van werk twitterde je: “Een commissie overwegend bestaande uit economen en juristen. Oei. Juist deze tijd vraagt (ook) om psychologen, ethici en sociologen. Écht!” Kun je die tweet toelichten?

“De Commissie Borstlap doet onderzoek naar wet- en regelgeving, maar de arbeidsmarkt behelst zoveel meer dan dat. Natuurlijk zijn er regels nodig om de wereld van werk in goede banen te leiden, maar regels zijn wat mij betreft nooit het uitgangspunt. Een commissie moet zich bijvoorbeeld ook richten op irrationeel gedrag op de werkvloer, sociale preferenties van werkenden die in de tijd veranderen en denk sowieso aan de betekenis van arbeid in relatie tot andere levensgebieden. Door alleen juristen en economen aan te stellen, gaat de commissie voorbij aan dit soort sociaal-culturele processen die sterk invloed uitoefenen op de arbeidsmarkt.”


Wat is volgens jou het maatschappelijk belang en het effect van werk in een mensenleven?

“Onmiskenbaar vormt werk je als persoon. Ik schreef eerder al een stuk in Trouw over de invloed van werk op de identiteitsvorming van vooral jonge mensen. Wie je bent wordt voor een groot deel bepaald door het werk dat je doet. Vooral in de groep 25-tot-35-jarigen zien we een grote stijging van flexibele banen in loondienst. Deze groep heeft continu te maken met baan- en inkomensonzekerheid en financiële stress, waardoor zij geen grote beslissingen durven nemen zoals het kopen van een huis, aangaan van duurzame relaties of het stichten van een gezin. Beslissingen die mede-definiëren wie je bent. Het leven van 25-tot-35-jarigen staat momenteel echt in de pauzestand. Flex wordt ook wel eens de grootste vorm van anticonceptie genoemd.”


Hoe kan het kabinet volgens jou bijdragen aan een betere balans op de arbeidsmarkt?

“In de eerste plaats door een nieuwe kijk op de situatie. Nu wordt er steeds gesleuteld aan bestaande wetten en regels vanuit het perspectief van werkgevers en werknemers. Transitievergoedingen bij ontslag, minder strikte ontslagbescherming en verhoging van de WW-premie bij de inzet van flexibele arbeid, maar het is de vraag of dat voldoende is. Een van de vraagstukken van nu is bijvoorbeeld de opvallende stijging van burn-outklachten bij jongvolwassenen. Niet alleen in Nederland, maar in veel Europese landen. Recent zelfs in Zweden, waar toch een goede balans is tussen werk en zorgtaken. Hoe gaan we hiermee om? Wat kunnen we eraan doen om te voorkomen dat we een ‘vermoeide samenleving’ worden? Ook hier: dit gaat allemaal verder dan het verzinnen van nieuwe wet- en regelgeving.”



“Regels zijn wat mij betreft nooit het uitgangspunt.”

Waar denk je dan aan?

“Kijkend naar doelgroepen: het kabinet zou er verstandig aan doen óók de belangen van jongeren te behartigen. Als het gaat om de hervorming van de arbeidsmarkt staan ondernemers- en werkgeversorganisaties altijd vooraan, maar behartigt iemand de belangen van jonge flexwerkers? Niet in Den Haag. Wie zet zich in voor open huizenmarkt en investeert in de scholing en ontwikkeling van flexwerkers? Wie geeft hen de erkenning, waardering en autonomie die zij nodig hebben? Dat zit in meer dan alleen het duurder maken van flexibele krachten.”


Met de Wet arbeidsmarkt in balans worden flexwerkers, tijdelijke werknemers en uitzendkrachten volgend jaar weer duurder. Heeft dat het gewenste effect denk je?

“Het gewenste effect als in een verbetering van de positie van flexwerkers? Ik hoop het. Als de redenering is: laat flexkrachten meer verdienen zodat ze ook een huis kunnen kopen, aan een gezin kunnen beginnen en hun toekomst veilig kunnen stellen, dan is dat natuurlijk de investering waard. Maar de inzet van flex heeft ook te maken met waarden en normen. De afgelopen jaren blijkt steeds vaker uit onderzoek dat flex ook een vrije keuze is van werkgevers en opdrachtgevers. Hierbij zit ook een stuk ‘copycat-gedrag’: doet een ander het, dan doe ik het ook. Er moet een nieuwe mentaliteit komen op de arbeidsmarkt. Dus ja, we moeten zeker investeren in duurdere flex, maar in combinatie met andere maatregelen. Overigens kunnen werkgevers zelf ook al veel doen; voor een investering in de ontwikkeling van hun (flexibele) werknemers hebben ze het kabinet niet nodig.”


“Voor een investering in de ontwikkeling van (flexibele) werknemers heb je het kabinet niet nodig.”

Welke rol zie je voor uitzendondernemers?

“Ik denk dat uitzendondernemers zich vooral niet gek moet laten maken door allerhande toekomstscenario’s, maar vooral moeten kijken wat zij nú kunnen betekenen voor hun opdrachtgevers en flexkrachten. Verbreed je rol, neem een meer strategische en adviserende houding aan bij opdrachtgevers. Al gebeurt dat overigens steeds meer. Uitzendbureaus zouden ook minder moeten sturen op output en meer op de menselijk maat met een focus op goed werkgeverschap. Dat klinkt misschien wat vaag maar het feit dat discriminatie binnen de uitzendbranche nog steeds zo vaak voorkomt, heeft alles te maken met een bedrijfsmodel dat zich richt op individuele output-sturing in plaats van een gezonde werkrelatie tussen uitzender, inlener en werknemer.”