WAB en aangepaste cao zijn geen bedreiging




Leestijd: 2 minuten


In dit artikel leest u meer over de visie van Freek van Loon op de nieuwe CAO voor Uitzendkrachten en Wet arbeidsmarkt in balans (WAB).



De uitzend- en payrollbranche bereidt zich voor op grote veranderingen. Een nieuwe wet en een aangepaste uitzend-cao veroorzaken volgend jaar verschuivingen in het arbeidsmarktlandschap. Freek van Loon, Head of Legal & Compliance / Attorney at Law bij Brisker Group, vindt de naderende veranderingen geen bedreiging voor de flexibele arbeid.

“Uitzend- en payrollbedrijven zijn het gewend om in te spelen op veranderende wetten en regels, maar wat nu op ons af komt is van een andere orde.” Aan het woord is Freek van Loon, Head of Legal & Compliance / Attorney at Law bij Brisker Group. “Vers in ons geheugen ligt de invoering van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ, red). Die wet had weliswaar invloed op de rol van flexibele arbeid, maar het ging om wijzigingen in details. De WWZ bracht geen fundamentele veranderingen teweeg in hoe de arbeidsmarkt beweegt. De Wet arbeidsmarkt in balans (WAB, red) gaat dat wél doen.”

“De WAB creëert een nieuwe rechtsvorm”, vervolgt Van Loon. Hij doelt op payrolling, wat in de WAB een eigen status krijgt. “Dit betekent dat payrollers en uitzenders met nieuwe vormen van dienstverlening komen met specifieke voor- en nadelen. Sinds de zomer dringt dit pas echt door tot bedrijven die flexkrachten inzetten. Is het huidige payrolling straks nog wel interessant? Of kunnen ze beter gaan voor uitzendkrachten of het zelf in dienst nemen van personeel?”


Meer veranderingen: een aangepaste cao

Uitzendbedrijven moeten volgend jaar ook een aangepaste cao volgen. De brancheverenigingen NBBU en ABU hebben hun collectieve arbeidsovereenkomsten geharmoniseerd. Het blijven twee cao’s, maar inhoudelijk zijn ze gelijk. Deze langgekoesterde wens kwam toevallig tegelijkertijd met de WAB uit.

Van Loon: “De verschillen tussen de twee cao’s zijn rechtgetrokken. Dat gaat weliswaar om kleine wijzigingen, maar bij elkaar hebben ze wel invloed op het speelveld. Elke uitzendkracht krijgt straks bijvoorbeeld 8,33 procent vakantiegeld en 25 vakantiedagen, terwijl dit eerder 8 procent en bij de NBBU 24 dagen was. Ook krijgen vakantiekrachten straks dezelfde beloning als reguliere uitzendkrachten.”


“Daarnaast kunnen uitzendbureaus in fase A niet meer werken met weekcontracten”, vervolgt de Brisker-jurist. “Uitzendkrachten moeten na een eerste contract steeds contracten met een duur van minimaal 4 weken krijgen, wat meer risico oplevert voor uitzenders. Uiteindelijk zijn dit wel positieve ontwikkelingen. De geharmoniseerde cao zorgt voor veel duidelijkheid. Zaken die vrij te interpreteren waren, liggen nu helder in regels vast. Verder creëert het een eerlijker speelveld, want uitzendbureaus kunnen niet meer concurreren op arbeidsvoorwaarden.”



“Is het huidige payrolling straks nog wel interessant? Of kunnen ze beter gaan voor uitzendkrachten of het zelf in dienst nemen van personeel?”

Vast flexer en flex vaster?

Terug naar de WAB. Het doel van deze wet is ‘flexibel werk vaster maken en vast werk flexibeler’. Gaat dit lukken? Ja, denkt Van Loon, maar dat betekent volgens hem niet dat de WAB een bedreiging is voor de flexibele arbeidsbranche. “Op sommige vlakken wordt flexwerk ongetwijfeld vaster. Flexibele arbeidskrachten krijgen bijvoorbeeld al na 12 in plaats van 18 maanden recht op ‘vervasting’ van hun contract. Werkgevers zijn na verloop van 12 maanden immers verplicht de oproepkracht een aanbod te doen voor een vaste arbeidsomvang. En werkgevers mogen personeel langer een contract voor bepaalde tijd geven. Maar ze gaan medewerkers door dit soort maatregelen echt niet sneller in eigen dienst nemen.”


Dat veel werkgevers hun medewerkers nu wél vaker zelf in dienst nemen, komt volgens Van Loon vooral door de krapte op de arbeidsmarkt. “Personeel is lastig te vinden, dus bedrijven willen goede uitzend- of payrollkrachten graag vasthouden. En goed eigen personeel willen ze snel binden. Dit blijft zo tot de arbeidsmarkt weer verandert.”

Flexibele arbeid heeft bewezen dat het altijd zijn weg wel vindt, vervolgt Van Loon. “Er zijn altijd branches die behoefte hebben aan flexkrachten en er zijn altijd bedrijven die met een flexibele schil blijven werken. En zodra de conjunctuur verandert, neemt de vraag naar flex weer hard toe. Wij blijven als branche voorzien in die behoefte aan flexibiliteit. Nieuwe regels halen die behoefte niet weg, het wordt straks alleen anders ingevuld.”


“Er zijn altijd branches die behoefte hebben aan flexkrachten en er zijn altijd bedrijven die met een flexibele schil blijven werken. En zodra de conjunctuur verandert, neemt de vraag naar flex weer hard toe. ”