CAO voor Uitzendkrachten


Wijzigingen per 1 september 2019 & wijzigingen per 30 december 2019

SEPTEMBER!

Wijzigingen per 1 september

Drie veranderingen per 1 september:

1. Uitzendkrachten behouden rechtspositie binnen een concern

2. Uitzendkrachten behouden rechtspositie bij opvolgend werkgeverschap

3. Toeslagen inlenersbeloning

Scroll omlaag en lees meer over deze punten.

1. Uitzendkrachten behouden rechtspositie binnen een concern

Dit gaat om uitzendkrachten die op verzoek van de uitzendonderneming binnen het concern bij een andere uitzendonderneming in dienst treden.


Met betrekking tot fasensysteem: de fasetelling loopt door. De gewerkte weken worden dus opgeteld.

Met betrekking tot beloning: uitzendkrachten nemen de ervaring, op basis waarvan zij worden ingeschaald in het loongebouw van de opdrachtgever, mee. Ze behouden dus hun en uitzicht op een periodieke verhoging.

2. Uitzendkrachten behouden rechtspositie bij opvolgend werkgeverschap

Dit gaat om opvolgend werkgeverschap waarbij de uitzendkracht overgaat naar een andere uitzendonderneming om zijn werk te behouden.


Met betrekking tot fasensysteem: de fasetelling loopt door.

Met betrekking tot arbeidsverleden: inschaling en toekenning periodieke verhogingen.

3. Toeslagen inlenersbeloning

Voor fysiek belastende omstandigheden worden toeslagen toegevoegd. Denk aan koude-toeslag of toeslag voor het werken met gevaarlijke stoffen.

DECEMBER!

Wijzigingen per 30 december 2019

Tien wijzigingen per 30 december:

1. Geharmoniseerde cao;

2. Fasensystematiek aanduiding;

3. Werkingssfeer;

4. Rechtspositief uitzendkrachten;

5. Inlenersbeloning uitzendkrachten;

6. Beloning uitzendkrachten;

7. Ziekte uitzendkrachten;

8. Verlof uitzendkrachten;

9. Allocatiegroep;

10. Duurzame inzetbaarheid.

1. Geharmoniseerde CAO

ABU- en de NBBU-cao hebben nagenoeg dezelfde inhoud: alle uitzendkrachten hebben per 30 december dezelfde arbeidsvoorwaarden.


2. Fasensystematiek aanduiding

De uitzendonderneming heeft de keuze: letters (fase A, B en C) of cijfers (fase 1-2, 3 en 4).


3. Werkingssfeer

  • Payrollovereenkomsten vallen buiten de werkingssfeer van de cao.
  • Er is een overgangsregeling voor payrollovereenkomsten die op 1 januari 2020 nog lopen.


4. Rechtspositie uitzendkrachten

  • Minimale contractduur: 4 weken in fase A/1-2 voor de volgende contracten bij elkaar opvolgende uitzendovereenkomsten zonder uitzendbeding voor bepaalde tijd. Dit geldt voor contracten bij dezelfde uitzendonderneming en voor dezelfde opdrachtgever.
  • Geen repeterende dag- en weekcontracten.
  • De kennisgevingstermijn voor beĆ«indiging van uitzendovereenkomsten met uitzendbeding wordt 10 dagen en gaat gelden na 26 gewerkte weken.
  • Bij tussentijdse beĆ«indiging van uitzendovereenkomsten van bepaalde en onbepaalde tijd gelden de wettelijke opzegtermijnen.

5. Inlenersbeloning uitzendkrachten

  • Inlenersbeloning voor alle uitzendkrachten (ook vakantiewerkers).
  • Bij doorlening geldt de inlenersbeloning van de opdrachtgever waar de uitzendkracht werkzaam is.
  • Uitzendkrachten in fase C die tot 30 december 2019 de volgens de ABU-beloning zijn toegekend, gaan per die datum over op de inlenersbeloning waarbij het feitelijk loon minimaal gelijkt blijft.
  • Informatierecht uitzendkrachten over beloning. Bijvoorbeeld uitsluiting loondoorbetalingsverplichting schriftelijk vastleggen.
  • Verduidelijking inlenersbeloning: toeslagen voor het werken in onregelmatigheid en ploegendienst vallen onder de inlenersbeloning.
  • Uitzendkrachten hebben recht op vergoeding van reisuren als de opdrachtgever een regeling voor de vergoeding van reisuren kent.


6. Beloning uitzendkrachten

  • Werkervaring doortellen: Uitzendkrachten hebben recht op een periodieke verhoging als zij in (nagenoeg) dezelfde functie bij verschillende opdrachtgevers maar via dezelfde uitzendonderneming hebben gewerkt.
  • Bij het wegvallen van arbeid bij uitzendkrachten met een uitzendovereenkomst (fase B/3 en C/4) krijgen uitzendkrachten 100% van hun uurloon in hun laatste terbeschikkingstelling betaald. Bij een nieuwe opdracht krijgen ze de daar geldende inlenersbeloning. Bij fase C/4 geldt dat het loon in een nieuwe opdracht minimaal 90% van het laatst verdiende loon is en nooit minder dan 85% van het hoogst genoten loon in fase C/4.
  • Vakantiebijslag 8,33%.
  • Pensioenopbouw arbeidsmigranten: ook over het uitgeruilde loon.
  • Toeslagen onregelmatigheid/overwerk worden direct uitbetaald of ze worden in overleg in tijd gereserveerd voor compensatie-uren.

7. Ziekte uitzendkrachten

  • Loondoorbetaling bij ziekte: eerste jaar een aanvulling tot 90%, tweede jaar een aanvulling tot 80%.
  • Loondoorbetaling ziekte AOW-gerechtigde uitzendkrachten: de wettelijke termijn van 13 weken.


8. Verlof uitzendkrachten

  • Uitzendkrachten: 25 vakantiedagen.
  • Vakantiewerkers: wettelijk aantal vakantiedagen.
  • Doorbetaling feestdag: als op 7 dagen waarop de feestdag valt in de voorafgaande 13 weken is gewerkt.
  • Geboorteverlof en verlof voor afleggen vakexamen toegevoegd.
  • De verhuisdag is afgeschaft.


9. Allocatiegroep

  • Alleen mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en schoolverlaters zonder startkwalificatie.
  • Geen inlenersbeloning maar een afwijkend loongebouw met periodieke verhogingen.
  • Wel toeslagen, ADV en kostenvergoedingen zoals die gelden bij opdrachtgever.
  • Na 26 weken een periodieke verhoging van 2,25%.


10. Duurzame inzetbaarheid

  • De regeling 'Scholing & ontwikkeling' wordt de regeling 'Duurzame inzetbaarheid'.
  • De bestedingsverplichting van 1,02% is ongewijzigd.