De uitzendbranche heeft het nog altijd moeilijk. De gemiddelde omzet van uitzenders lijkt zich te stabiliseren, maar het aantal uitzenduren blijft maar dalen volgens de meest recente ABU Marktmonitor. Luyten ziet wel duidelijke verschillen tussen uitzenders.
“De grote jongens (beursgenoteerde uitzendorganisaties, red.) hebben de boot gemist. Dat zijn de olietankers die maar moeilijk kunnen meebewegen. Voor hen is het een uitdaging om flexibel te blijven en in te spelen op de veranderingen in de markt. Maar de bij ons aangesloten flexondernemers groeien nog altijd. Alleen de uitzenders met flinke volumes hebben wat meer moeite om de groei vast te houden. Zij moeten proberen hun marktaandeel bij hun inleners te vergroten en/of op zoek gaan naar nieuwe opdrachtgevers.”
Luyten verwacht dat complexe wet- en regelgeving wel (enig) effect zal hebben op de vraag naar uitzendkrachten.
"Op korte termijn zullen inleners misschien geneigd zijn de flexpopulatie over te nemen (in dienst te nemen, red.), maar op de langere termijn hebben organisaties toch weer een flexschil nodig. Lang niet iedere branche is geschikt om alleen met vaste krachten te werken. Bedrijven moeten kunnen mee-ademen en ook voor ziek en piek zal flex altijd blijven.”
Ondanks economische tegenwind en steeds complexere wet- en regelgeving ziet Luyten dus zeker kansen voor flexondernemers.
“De echte pioniers kunnen heel snel groeien. Er zijn eenpitters die in no time groeien naar een half miljoen of een miljoen euro omzet doordat zij met hun propositie heel dicht op de inlener en kandidaat zitten. Startups die hun netwerk inzetten weten inleners aan zich te binden en kapen zo marktaandeel weg van de grote jongens.”